Samenwerking tussen coöperaties

Coöperaties rijzen momenteel als paddenstoelen uit de grond. Dorpscoöperaties, zorgcoöperaties, energiecoöperaties, noem maar op. Tussen de coöperaties is ook heel wat gaande. Ze zijn weliswaar opgericht om draagvlak en kleinschaligheid te waarborgen, maar ze weten ook dat ze in bepaalde gevallen samen meer werk kunnen verzetten.

Coöperatie

Een coöperatie is juridisch gezien (niet meer dan) een samenwerkingsverband van mensen of organisaties die (collectief) willen profiteren van hun samenwerking. We kennen de coöperaties misschien nog wel uit de bankenwereld, de agrarische sector (melkfabrieken, landbouwcoöperaties): opgericht om de leden van de gezamenlijke inspanning te laten profiteren. Een groep vrijwilligers vormt doorgaan het bestuur van een coöperatie, dat verantwoording is verschuldigd aan de leden.

Bij de huidige coöperaties is dat niet ander: LOPEC is opgericht om de ongeveer 150 leden te laten profiteren van de opbrengst van energieprojecten en -adviezen. Kleinere projecten als een zonnedak en een windmolen kunnen we als vrijwilligers uitstekend aan, zo is gebleken. Zeker met de hulp van de Groninger Energiekoepel. Maar nu de energietransitie een grote vlucht lijkt te nemen en we – gesteund door provincie en gemeente – de opbrengsten van de nieuwe energieprojecten zo veel mogelijk in eigen omgeving willen houden, wordt het langzaamaan een ander verhaal. Reden waarom de coöperaties te handen ineen slaan en zich de komende maanden beraden op intensievere samenwerking.

Grotere projecten

De versnelling in de energietransitie, de ontwikkeling van steeds grotere projecten en de eis van de overheid dat 50% van die projecten in handen van het gebied moet zijn, nopen de dorpsenergiecoöperaties om samen te werken. Zij willen daarom de komende tijd laten onderzoeken wat voor de samenwerking (en professionalisering) de beste oplossingen zijn. Want willen wij als coöperaties meebeslissen, dan zullen we moeten kunnen meedenken met en weerwoord moeten kunnen bieden aan goed ingevoerde deskundigen.

Twee zaken zijn voor ons daarbij van belang: draagvlak en geld. We willen de voeten in de lokale samenleving houden, maar ook de opbrengst van energieprojecten. Om dat draagvlak te behouden, blijven we kleinschalige coöperaties. Maar we willen ons ook samen sterk maken om de opbrengsten van grotere projecten in het gebied te houden.

Om die 50% van grotere projecten in te vullen bestaan er verschillende mogelijkheden:

  1. De eigenaren/ontwikkelaars kunnen een gebiedsfonds oprichten waarin een groot deel van de winst wordt gestort. Die winst moet dan weer terugvloeien naar bestemmingen die het gebied ten goede komen, te beslissen door de inwoners zelf. Iets wat hier en daar al gebeurt.
  2. Je kunt er ook voor kiezen dat de bestaande coöperaties meedenken en beslissen in nieuwe projecten en zorgen dat de opbrengsten goed worden besteed.
  3. Of: de coöperaties ontwikkelen pakketten aandelen of obligaties waarmee inwoners kunnen investeren in nieuwe projecten. Maar dan is de vraag: wie bereik je daarmee? Alleen de mensen in het gebied die een spaarpot hebben (en die kunnen dan rekenen op aantrekkelijke rentevergoeding).
  4. Een alternatief is dat de coöperaties zelf (gezamenlijk) investeren in nieuwe, grote projecten en ervoor zorgen dat hun leden een lagere prijs betalen voor hun energiebehoefte.

Feit blijft dat al die hardwerkende vrijwilligers van die energiecoöperaties langzamerhand niet of nauwelijks meer de tijd en de knowhow hebben. Voor het project bij Groningen Seaports werken de coöperaties (GreenPower Delfzijl, Eendracht Appingedam, LOPEC, Zonnedorpen Zijldijk/’t Zandt en Borgsweer i.o.) al nauw samen met de gezamenlijke ontwikkelingsmaatschappij Bronnen van Ons (BvO), een instelling van alle coöperaties in Groningen Friesland en Drenthe. De vraag is hoe de komende tijd die samenwerking meer handen en voeten moet krijgen.

Genoemde coöperaties hebben intussen ook de andere coöperaties in het gebied van de nieuwe gemeente Eemsdelta (Stedum, Middelstum) gevraagd om samen te bestuderen hoe we het beste grotere projecten kunnen aanpakken met behoud van het draagvlak en de kleinschaligheid van de afzonderlijke coöperaties. Aan de drie nog bestaande gemeenten is gevraagd om een eerste onderzoek naar een mogelijke oplossing met een startsubsidie te ondersteunen. Voorlopig is afgesproken BvO te zien als onze vertegenwoordiger in de discussie met de partners in het havengebied (Seaports, Wyrsol en Eneco), met het oogmerk als coöperaties voor 25% deel te nemen in dit project. De andere 25% maatschappelijke deelname komt voor rekening van Groningen Seaports.

De deelnemende coöperaties, waarbij thans ook Stec (Stedum) en Middelstum (Middelstroom) zijn aangehaakt, hebben inmiddels ingestemd met een intentieverklaring om hun gemeenschappelijke toekomst uit te stippelen. Er valt immers een (energie)wereld te winnen. Voor het hele gebied.

Inmiddels hebben zich al weer enkele nieuwe projecten aangediend, die we niet anders dan gezamenlijk kunnen oppakken: Zonneweide Garreweer, molenrij Zonnedorpen, alternatieve bestemming NAM-locaties. Nader nieuws volgt. Op 15 september is een bijeenkomst van de drie gemeenten die straks Eemsdelta gaan vormen. Daar bespreken we gezamenlijk de mogelijkheden die de gemeenten hebben geopend om in te schrijven op een zogenaamde tender (een mogelijkheid om binnen bepaalde regels op het grondgebied van de gemeente een energiebron te vestigen).

e-Deelauto’s

De energiecoöperaties, de zorgcoöperaties en de dorpsverenigingen in de gemeente Loppersum hebben met het gemeentebestuur de handen ineen geslagen om samen het e-Deelautoproject voor het grondgebied van de huidige gemeente Loppersum uit te werken. Voor de komende 10 jaren is € 2 miljoen beschikbaar om alle inwoners eraan te laten wennen dat dit een prachtig alternatief is voor de eigen auto op fossiele brandstof. Zie daarover elders op de site.